Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

Zuid-West-Vlaanderen start met lokale contacttracing

Zuid-West-Vlaanderen start met lokale contacttracing

Nieuws
31/07/2020

Dat bevestigt Philippe De Coene, voorzitter van W13, de koepelvereniging die het initiatief nam voor de lokale contacttracing. Na een mislukt overleg met het Agentschap Zorg en Gezondheid, gaan de gemeenten voorlopig zonder samenwerking met Vlaanderen aan de slag met lokale contacttracing.

Na een laatste mislukt overleg met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid hebben Kortrijk en enkele omliggende gemeenten - waaronder Deerlijk, Menen en Wervik - beslist een eigen systeem van contact- en brononderzoek op te zetten. Dat doen ze omdat de Vlaamse aanpak het volgens hen laat afweten. "Lokaal kunnen we veel korter op de bal spelen", vertelt De Coene.

Oorspronkelijk wilden de W13, een koepelvereniging van OCMW's uit Zuid-West-Vlaanderen, samenwerken met Vlaanderen voor de lokale contacttracing maar daar werd geen consensus over gevonden. Naast Kortrijk zijn er nog een 13-tal gemeenten bereid om al te starten met lokale contacttracing.

Welke gemeenten precies zullen meedoen wordt na het weekend overlegd. Volgens De Coene is er ook op andere plaatsen binnen de provincie interesse om aan lokale contacttracing te doen.

Momenteel worden in Kortrijk al zo'n 5 tot 10 mensen opgebeld per dag door lokale contacttracing. Dat gebeurt door elf gepensioneerde artsen die dat op vrijwillige basis doen. Zij worden bijgestaan door maatschappelijk werkers.

"Ik hoop dat we een nieuw overleg kunnen krijgen en daar tot een goede samenwerking zullen komen. Wij delen alvast onze informatie uit de lokale contactracing met Vlaanderen", aldus De Coene.

Concreet start de lokale contacttracing bij de huisarts. Wanneer een persoon wordt getest, vult hij een document in waarop hij moet aangeven of hij wil gebeld worden door de lokale contactopsporing. "Voorlopig stemmen mensen daar in Kortrijk grotendeels mee in." Daarna zal een gepensioneerde arts de besmette persoon opbellen om contacten na te gaan maar ook om te vragen of een maatschappelijk werker hem mag contacteren. "We willen zowel de contacten in kaart brengen als de persoon in quarantaine helpen op vlak van welzijn. Als iemand geen boodschappen kan doen, zullen wij daar bijvoorbeeld voor zorgen", zegt De Coene.

Door het eigen lokale systeem, kunnen mensen dus zowel door de nationale als lokale contacttracing gebeld worden. "Daar hebben mensen hier nog geen probleem van gemaakt, integendeel, ze zijn blij dat ze iemand horen tijdens hun quarantaine en dat ze hun vragen kunnen stellen." Alle gegevens vanuit de lokale contactopsporing worden overgemaakt aan Vlaanderen. "Zo willen we bewijzen dat we het wel degelijk op een goede en professionele manier doen. Hopelijk kunnen we zo nog tot een samenwerking komen", besluit De Coene.

Bekijk ook

Auteurs: 
Redactie
Belga